Profile
you are not logged in or registered.

(LOG IN||REGISTER)


INBOX // PROFILE
Welcome
Welkom op Kaechan RPG, dé online rpg waar je een warlock of een shapeshifter kunt zijn.
Sluit je aan bij Family Trees of ga zelf op onderzoek uit in Griffinbeach, Soulsilver, Woodley of Oldbrook.

"A masquerade of Heroes"

14-04-2015 ~ Nieuwe Regels FC

27-03-2015 ~ Kaechan 2.0 Plot.

27-03-2015 ~ New Layout.

23-03-2015 ~ Kaechan 2.0 [Site]

Family Trees
The Elite.
The Venom.
None.
None.
None.
Apply here for a Tree
Census
WARLOCKS
ADULTS 9 26
TEENAGERS 4 3
SHAPESHIFTERS
ADULTS 11 21
TEENAGERS 4 5
TOTAAL 28 55
Season
season: spring / seizoen: lente
Switch Character
Charactername
Password


Credits
©2014-2015 KAECHANRP is ontworpen, bedacht en gecodeerd door JUNG DAEHYUN , gehost op een FORUMOTION forum.
Met dank aan Peter, Kim, Rose, Vance en Michelle voor het helpen met een enkele code / tekst / images.
©opyrights reserved to the original artists!

Dit forum werkt het allerbest op:

google chrome

Maar werkt ook prima op:

firefoxinternet explorersafari

Deel | .
 

 Grammatica en spelling

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Go down 
AuteurBericht
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:26 am

Gesproken zinnen

Wanneer gebruik je aanhalingstekens?
Tekst die in je verhaal wordt gezegd door een personage, moet altijd tussen aanhalingstekens staan. Je mag zowel dubbele [ "..." ] als enkele [ '...' ] aanhalingstekens gebruiken, zolang je ze maar niet door elkaar gebruikt.

Let op! Gedachten mogen niet tussen aanhalingstekens. Je kunt deze het best cursief (schuingedrukt) zetten om toch aan te geven dat het een bijzonder stukje tekst is.

Basisregel voor punten, vraagtekens en uitroeptekens.
Interpunctie moet binnen de aanhalingstekens staan. De punt, het vraagteken of het uitroepteken waarmee je de laatste zin van gesproken tekst eindigt, moet dus voor het sluitende aanhalingsteken.
     A) "Ja, ik moet jullie iets vertellen. Het is een groot geheim."
     B) "Laten we een feestje vieren!"
     C) "Wanneer komt Piet weer thuis?"

Zegt/zei hij na het sluitende aanhalingsteken
Als je zegt/zei hij, roept/riep ik of een ander woord dat aangeeft dat een bepaald persoon iets zegt achter het sluitende aanhalingsteken zet, schrijf je dit altijd met een kleine letter, nooit met een hoofdletter. Bovendien moet de laatste punt voor het sluitende aanhalingsteken in een komma veranderen. Deze komma hoort nog steeds binnen de aanhalingstekens te staan.
     D) "Ja, ik moet jullie iets vertellen. Het is een groot geheim," zei ik.
Een uitroepteken en vraagteken blijven gewoon staan. Ze veranderen niet in een komma en er hoeft ook nergens een komma toegevoegd te worden.
     E) "Laten we een feestje vieren!" riep Toos.
     F) "Wanneer komt Piet weer thuis?" vroeg Bertha.

Zegt/zei hij in het midden van een stuk gesproken tekst
Als zei hij in het midden van een stuk gesproken tekst staat, zijn er twee mogelijkheden. De eerste is dat de gesproken tekst uit meerdere zinnen bestaat en zei hij tussen twee zinnen in staat. De laatste punt voor het sluitende aanhalingsteken moet dan weer in een komma, zei hij eindigt op een punt. Daarna begint weer een stuk tussen aanhalingstekens en de zin die daar begint, start met een hoofdletter.
     G) "Ja, ik moet jullie iets vertellen," zei ik. "Het is een groot geheim."
De andere mogelijkheid is dat zei hij in het midden van één doorlopende zin staat. In dat geval moet de punt voor het sluitende aanhalingsteken opnieuw in een komma veranderen, maar het stukje met "zei hij" moet op een komma eindigen in plaats van een punt en het tweede deel van de zin tussen aanhalingstekens begint met een kleine letter in plaats van een hoofdletter.
     H) "Ja," zei ik, "ik moet jullie iets vertellen. Het is een groot geheim."

Nieuwe zin na het sluitende aanhalingsteken
Als er een nieuwe zin begint na het sluitende aanhalingsteken en er niet zei hij of iets dergelijks achter staat, moet deze zin gewoon met een hoofdletter beginnen, net als iedere andere zin. Ook moet er een punt staan voor het sluitende aanhalingsteken en deze hoeft niet in een komma veranderd te worden.
     I) "Ja, ik moet jullie iets vertellen. Het is een groot geheim." Ik veegde zenuwachtig een pluk haar uit mijn gezicht.


Laatst aangepast door Payton Nyström op di okt 21, 2014 11:52 am; in totaal 1 keer bewerkt
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:26 am

Bezitsvorm

Wanneer gebruik je de bezitsvorm?
Je gebruikt de bezitsvorm om aan te geven dat iets van iemand is, bijvoorbeeld om duidelijk te maken van wie een boek of een fiets is. Je gebruikt het ook bij dingen die geen echt bezit (kunnen) zijn, maar wel bij iemand horen, zoals familieleden, ideeën of eigenschappen.

De basisregel
De basisregel is dat je een s achter de "bezitter" plakt.
     A) Reinders auto
     B) Mevrouw Spijkers horloge
     C) Micheal Jacksons muziek
     D) Vaders boodschappenwagentje

Een woord dat eindigt op een klinker
Als een woord of naam eindigt op een enkele klinker (a, e, i, o, u, y) voegen we een apostrof (') toe. Dit is nodig om uitspraakverwarring te voorkomen, want de klemtoon komt anders te liggen als je gewoon een s achter deze woorden zou plakken. Je moet er dus 's achter zetten.
     E) Opa's fotoboek
     F) Anna's huis
     G) Otto's lievelingseten
     H) Harry's toverstok

Let op! Na een toonloze e, na de é en na combinaties van klinkers (dus als een woord eindigt op meer dan één klinker) schrijf je wel gewoon s, zonder apostrof.
     I) Mariekes verhaal
     J) Josés voetbal
     K) Melanies cavia

Een woord dat eindigt op een sisklank
Als een woord of naam eindigt op een sisklank, komt er geen s achter. Je moet er dan alleen een apostrof achter zetten.
     L) Elvis' muziek
     M) Marx' aanhangers
     N) Gijs' werkstuk

Een woord dat eindigt op letters die je niet uitspreekt
Als een woord of naam eindigt op een s die je niet uitspreekt, geldt dezelfde regel als bij een sisklank. Je moet dan dus alleen een apostrof toevoegen.
     O) Jacques' vriendin
Als een woord of naam eigenlijk eindigt op een sisklank, maar je die niet uitspreekt, moet je er gewoon een s achter plakken.
     P) Dutrouxs misdaden [zeg: Duutroe]
     Q) Saint-Tropezs uitgaansleven [zeg: Sehn-Troopee]
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:27 am

Enters

Waarom gebruik je enters?
Je hebt enters nodig om een tekst onder te verdelen in alinea's. Een alinea is het stuk tekst tussen twee enters. Deze drie zinnen vormen dus één alinea.
Dit is de volgende, want deze zin en die hiervoor zijn van elkaar gescheiden door een enter. Alinea's kunnen erg kort zijn, maar ze kunnen ook uit tientallen zinnen bestaan. Je hebt ze nodig om je tekst gemakkelijk leesbaar te maken. Als een post uit één groot blok tekst bestaat, is het niet overzichtelijk en raken lezers veel sneller de draad kwijt. Als je na iedere zin een enter zet leest een post echter ook niet prettig, dus moet je ze op de juiste plaatsen gebruiken.


Enters in stukken tekst
In stukken tekst, waarin je bijvoorbeeld dingen zoals de gedachten of gevoelens van personages, de omgeving of een situatie beschrijft, kan het veel lastiger zijn om te beslissen waar je precies een enter moet zetten. Er zijn hier geen heel duidelijke regels voor. Over het algemeen kun je het beste een enter zetten als je een onderwerp afsluit en over iets anders begint, maar soms kan het niet helemaal duidelijk zijn waar die lijn loopt. Let er in zo een geval vooral op dat je alinea's niet te lang worden.
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:27 am

Getallen

Basisregel
Getallen tot en met twintig en ronde getallen daarboven, zoals tien- en honderdtallen, moeten in woorden uitgedrukt worden.
     A) Er stond één auto op de verlaten weg.
     B) Maar elf leerlingen kwamen opdagen voor de les.
     C) Er zaten wel vijfhonderd vogels in de boom!
     D) Ik hoop dat ik een miljoen win.
Lastige getallen die heel lang zouden zijn als je ze in woorden zou schrijven, mag je in cijfers uitdrukken.
     E) De bioloog telde precies 978 eieren die lente.

Let op! Er is een verschil tussen een en één. Eén wordt voornamelijk geschreven als er nadruk op wordt gezegd of als het echt belangrijk is dat het om één (1) ding gaat.
"Er stond een auto op de weg" geeft een heel ander beeld dan: "Er stond één auto op de weg".

Uitzonderingen
Er zijn een paar uitzonderingen op de basisregel. Bepaalde dingen horen namelijk juist wel in cijfers uitgedrukt te worden, zoals bijvoorbeeld huisnummers en postcodes. Ook als je het over exacte eenheden hebt, zoals (kilo)meters of kilo's, mag je die in cijfers uitdrukken.
     F) Ik woon aan de Kerkstraat op nummer 19.
     G) De kat woog wel 12 kilo.
Toch is het in teksten zoals verhalen vaak wel mooier om ook deze cijfers voluit te schrijven waar mogelijk, want dan springt het getal er minder uit.

Let op! Hoewel je vanaf twintig de meeste getallen in cijfers mag uitdrukken, is dit niet verplicht. Als je in één stukje tekst meerdere getallen hebt staan en daarvan zijn er maar een paar getallen die je in cijfers zou mogen uitdrukken, dan is het meestal mooier en minder verwarrend om alles voluit te schrijven, als dat mogelijk is.
     H) Ik heb dertien broodjes gekocht en zesentwintig plakjes kaas.
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:27 am

Hoofdletters

Aan het begin van een zin
Het eerste woord van een zin moet je altijd met een hoofdletter beginnen. Dit geldt ook voor zinnen tussen aanhalingstekens (zie voor meer info daarover aanhalingstekens).
     A) Hij gaat met de bus naar school.
     B) "Hoe gaat het met je?"
Er zijn twee uitzonderingen op de regel dat een zin met een hoofdletter moet beginnen. Wanneer een zin met een cijfer begint, schrijf je het volgende woord met een kleine letter en hoeft er dus nergens een hoofdletters te staan. Wanneer een zin begint met 's, 't of 'n, moet je het woord dat daarna komt met een hoofdletter schrijven.
     C) 5869 euro is niet weinig.
     D) 's Avonds drink ik altijd een kopje thee.
     E) 't Was niet leuk, geloof me maar.

Namen
Namen hoor je met een hoofdletter te schrijven. Dit geldt voor namen van mensen en dieren, maar ook voor bijvoorbeeld aardrijkskundige namen en namen van organisaties, bedrijven of dingen.
     F) Dat is Hanna.
     G) De Action heeft een nieuwe winkel geopend in het dorp.
     H) Iedereen weet waar New York ligt, maar kun je Syrië aanwijzen op de kaart?
     I) Ik geef graag geld aan goede doelen zoals Warchild en Unicef.

Feestdagen
Veel (vaak van oorsprong religieuze) feestdagen hoor je ook met een hoofdletter te schrijven. Afleidingen en informele aanduidingen hiervan echter niet. Zo schrijf je Werelddierendag bijvoorbeeld met een hoofdletter, omdat het de officiële, formele aanduiding is, maar dierendag niet, omdat het een informele naam voor die feestdag is. Hier vind je een lijst met welke feestdagen wel en welke niet met een hoofdletter geschreven moeten worden.
     J) Het is al bijna Kerstmis, dus we moeten opschieten met het versturen van kerstkaartjes.
     K) Tijdens Pasen zocht ik vroeger altijd paaseieren.
     L) Het is bijna Nieuwjaar! Op nieuwjaarsdag ga ik bij mijn opa nieuwjaarsrolletjes eten.

Wat je niet met een hoofdletter moet schrijven
Op de informele benamingen van feestdagen na, zijn er nog een paar dingen die vaak met hoofdletters worden geschreven maar waarbij dit niet zo hoort. Dit zijn bijvoorbeeld tijdperken, windrichtingen en seizoenen, maanden en dagen.
     M) Het was erg koud in de ijstijd.
     N) Tijdens de renaissance gebeurden veel interessante dingen.
     O) Volgens de weerman zou de wind uit het oosten komen.
     P) Het is eindelijk lente!
     Q) Ik herinner me het nog goed. Het was een zaterdag in juni of juli.

Let op! Je kunt hoofdletters beter niet gebruiken om nadruk te leggen of aan te geven dat iemand schreeuwt. Het staat veel netter als je gewoon beschrijft dat iemand hard praat. Als je graag extra aandacht wilt vestigen op een woord of een stukje tekst, kun je daarvoor de opmaak van de tekst gebruiken. Je kunt het bijvoorbeeld cursief (schuingedrukt) schrijven.
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:28 am

Jou/Jouw

Wat is het verschil tussen jou en jouw?
Jou is een persoonlijk voornaamwoord, terwijl jouw een bezittelijk voornaamwoord is. Er is dus een belangrijk verschil in waar ze horen te staan in een zin. Jouw geeft een bezit aan en staat daarom altijd voor een zelfstandig naamwoord.

Hoe kun je jou en jouw uit elkaar houden?
Het meest gebruikte trucje om vast te stellen of je wel of niet een w moet schrijven, is jou/jouw vervangen door u/uw. Je kunt dan duidelijk horen of er een w achter moet staan of niet.
     A) Dat is jouw jas.
     B) Ik heb het aan jou gegeven.
     C) Zij belde jou.
     D) Zij belde jouw nichtje.
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:28 am

Komma's

Waarom gebruiken we komma's?
Komma's zijn nodig om een korte pauze in een zin aan te geven. Vooral in lange zinnen zijn komma's erg belangrijk, want ze zorgen ervoor dat het niet één lange brei woorden wordt, maar dat het duidelijk is hoe je zin in elkaar zit. Door komma's op de juiste plaatsen te zetten, weten mensen die je verhaal lezen hoe ze een zin moeten indelen in stukjes en valt wat je hebt geschreven goed te volgen voor je lezer. In dit hoofdstuk worden daarom de belangrijkste regels voor komma's kort besproken.

Basisregel
Als je wilt weten waar je een komma moet zetten, kan het soms helpen een zin hardop voor te lezen. Je hoort dan waar je pauzes laat vallen en dat is waar de komma's horen. Over het algemeen kun je altijd het beste zo min mogelijk komma's zetten, al moet je ze natuurlijk niet weglaten op plaatsen waar ze absoluut moeten staan. Daarom zijn er ook een hoop concrete regels voor de plaatsing van komma's.

Bij voegwoorden
Voegwoorden zijn woorden zoals maar, omdat, want, hoewel, daarom en dus. Er zijn er nog veel meer, maar dit zijn een paar voorbeelden. Je gebruikt ze om twee zinnen aan elkaar te plakken. Je moet normaal gesproken een komma zetten vóór een voegwoord.
     A) Kim had nauwelijks geslapen, maar toch stond ze al om zes uur op.
     B) Ik heb mijn huiswerk niet bij me, want de hond heeft het gegeten.
Soms staat een voegwoord vooraan in de eerste zin, zoals in C en D. Je moet de komma dan tussen de twee zinnen zetten die het voegwoord aan elkaar plakt.
     C) Hoewel mijn moeder een hekel heeft aan blauw, hebben we toch een auto in die kleur.
     D) Omdat hun geschiedenisleraar ziek was, waren de kinderen al erg vroeg vrij.
Let op! Zorg dat je niet zomaar een punt vervangt door een komma, want dat is geen goede manier om twee zinnen te verbinden. Er moet echt een voegwoord in de zin staan.
Let op! De woorden en en of zijn ook voegwoorden. Dit zijn echter uitzonderingen, want je hoeft er geen komma's bij te gebruiken. Er wordt zelfs wel gezegd dat komma's voor en fout zijn, maar dat is niet waar. Je kunt het beter zoveel mogelijk vermijden, maar het is niet altijd fout, want soms kan een zin verwarrend worden als je geen komma gebruikt. Dan is het juist aan te raden om wel een komma voor en te zetten.

In opsommingen
In een opsomming moet er een komma tussen alle losse elementen van die opsomming. Dit geldt alleen niet voor de laatste twee delen, want die verbind je met en of of.
     E) Fred lust geen kool, champignons of spinazie. Spruitjes, tomaten en wortelen gaan er echter wel altijd in.
     F) Ik heb shampoo, een tandenborstel, mijn mooiste toilettas en een comfortabele pyjama ingepakt.

Tussen bijvoeglijk naamwoorden
Als je bij één woord meerdere bijvoeglijk naamwoorden gebruikt die allemaal op dat ene woord slaan, moet tussen die bijvoeglijk naamwoorden telkens een komma.
     G) Ik ben jaloers op de grote, rode auto van mijn broertje.
     H) Er woont een oude, enge, gekke vrouw in de straat van mijn beste vriendin.
Het is hierbij wel belangrijk dat alle bijvoeglijk naamwoorden op het zelfstandig naamwoord slaan. In G horen grote en rode allebei bij auto. De auto is groot én rood, dus moet er een komma tussen die twee woorden. In I ligt dit anders.
     I) Ik ben jaloers op de heel erg coole auto van mijn broertje.
Tussen heel, erg en coole staan geen komma's. Deze woorden slaan namelijk niet allemaal apart op auto. De auto is cool, maar niet heel of erg. Die woorden horen bij coole. Dan hoeven er dus geen komma's tussen te staan.

Bij aansprekingen
Als er iemand wordt aangesproken, moet er een komma voor of achter die naam staan.
     J) James, lijkt dit je wel een goed idee?
     K) Ja, dit lijkt me een heel goed idee, Sirius.
     L) James Tiberius Kirk, wat heb ik je gezegd over het breken van de regels?
Er moet ook een komma staan als iemand niet met zijn of haar naam wordt aangesproken, maar bijvoorbeeld met een bijnaam, titel of iets anders wat duidelijk naar een persoon verwijst.
     M) Mevrouw, zou u me willen volgen?
     N) Het is niet mijn schuld dat je niet bij de bovenste boekenplank komt, kleintje.

Bij bijstellingen
Een bijstelling is een stukje dat wat meer informatie geeft over iets wat je net genoemd hebt. Er moeten komma's om de hele bijstelling, dus zowel ervoor als erachter.
     O) Mijn opa, vroeger de enige bakker in zijn dorp, heeft nu een hoop concurrentie.

Bijvoeglijke bijzinnen
Bijvoeglijke bijzinnen zijn stukjes van zinnen die beginnen met die of dat.
     P) Ik heb mijn fiets, die ik gisteren nog heb gewassen, vandaag niet gebruikt.
Er zijn twee soorten bijvoeglijke bijzinnen. De eerste is de uitbreidende, zoals in P. Een uitbreidende bijvoeglijke bijzin geeft net als een bijstelling wat meer informatie over iets wat eraan voorafgaat. Dit iets noem je het antecedent. In P is mijn fiets het antecedent. Om een uitbreidende bijvoeglijke bijzin moet je komma's zetten, zoals je in P ziet.
De tweede soort bijvoeglijke bijzin is de beperkende. Hierbij moet je geen komma's gebruiken. Deze soort geeft ook extra informatie over het antecedent, maar op een iets andere manier. Een beperkende bijvoeglijke bijzin doet namelijk precies wat de naam al zegt; het geeft informatie waardoor het antecedent wordt beperkt. Het verschil tussen de twee soorten bijzinnen wordt waarschijnlijk wat beter duidelijk met een voorbeeld.
     Q) Dat is mijn tante, die ik niet mag.
     R) Dat is mijn tante die ik niet mag.
Q is een uitbreidende bijvoeglijke bijzin en R is een beperkende. De betekenis van Q is namelijk dat er een tante is en dat de ik-persoon haar niet leuk vindt. De betekenis van R is dat er meerdere tantes zijn en dat er één tante wordt aangewezen die de ik-persoon niet leuk vindt. De groep tantes wordt dus beperkt tot één specifieke tante door de beperkende bijvoeglijke bijzin.
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:28 am

Lidwoorden

Wat zijn lidwoorden?
In de Nederlandse taal hebben we drie lidwoorden: de, het en een. Je zet ze voor zelfstandig naamwoorden. Lidwoorden zijn onderverdeeld in twee soorten. De en het zijn de twee bepaalde lidwoorden en een is het onbepaalde lidwoord.

Het bepaald lidwoord
Helaas zijn er hier geen strikte regels voor in het Nederlands. Je moet voor ieder woord apart leren of het een het-woord of een de-woord is. De richtlijn is dat het meestal wordt gebruikt voor zelfstandige naamwoorden die onzijdig zijn (niet mannelijk of vrouwelijk), maar er zijn veel uitzonderingen op die regel, zoals het meisje. De beste manier om zeker te weten welk lidwoord je moet gebruiken, is door het woord in kwestie op te zoeken in een woordenboek of op een website zoals woorden.org of welklidwoord.nl.
     A) de paragraaf, de auto, de tafel, de jongen
     B) het onderzoek, het raam, het huis, het ding
Wel kun je soms aan de vorm van het zelfstandig naamwoord zien of het een het- of een de-woord is. Woorden die in het meervoud staan, schrijf je altijd met de.
     C) de auto's, de tafels, de ramen, de huizen
Verkleinwoorden (woorden die eindigen op -je) zijn altijd het-woorden.
     D) het autootje, het tafeltje, het raampje, het huisje
Let op! Verkleinwoorden die in meervoud staan zijn juist wel weer de-woorden. De regel van meervoud gaat dus boven die van verkleinwoorden.

Het onbepaald lidwoord
Het onbepaald lidwoord is een stuk simpeler in gebruik. Een kan bij alle zelfstandig naamwoorden gebruikt worden, zolang ze in enkelvoud staan.
     E) een auto, een autootje, een huis, een huisje

Het of 't en een of 'n
Het wordt soms afgekort als 't. Schrijf dit niet zo, want 't is spreektaal en niet formeel genoeg om in een verhaal te gebruiken. Dit kan wel als het wordt gezegd door een personage dat bijvoorbeeld een beetje slordig praat, maar over het algemeen kun je dit soort afkortingen het beste zoveel mogelijk vermijden. Hetzelfde geldt voor 'n in plaats van een.
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:29 am

Meervoud

Basisregel
We schrijven regelmatige meervoudsvormen zoals we ze uitspreken. Je plakt dan gewoon -en, -n of -s aan het woord.
     A) voet - voeten
     B) akte - akten, aktes
     C) appel - appels
Soms zijn er vormen die onregelmatig lijken, maar die je toch automatisch goed zult schrijven als moedertaalspreker van het Nederlands. Je gebruikt dan vanzelf wat je weet over wanneer je klinkers lang of kort uitspreekt om erachter te komen dat je bijvoorbeeld een medeklinker moet verdubbelen of een klinker juist maar één keer moet schrijven. Je schrijft ook deze vormen dus eigenlijk gewoon zoals je ze hoort.
     D) pot - potten
     E) straat - straten
     F) huis - huizen
Toch zijn er ook wat uitzonderingen op de regel dat je een meervoudsvorm schrijft zoals je het hoort.

Woorden die eindigen op een lange klinker
Als een woord eindigt op één klinker die we als een lange klinker uitspreken, plakken we niet gewoon -s achter het woord, maar zetten we er een apostrof tussen. Je moet er dan dus -'s achter zetten.
     G) oma - oma's
     H) risico - risico's
     I) haiku - haiku's
Hetzelfde geldt als een woord eindigt op twee klinkers die we niet als één klank uitspreken.
     J) alinea - alinea's
     K) duo - duo's
Houd er rekening mee dat je wél gewoon -s achter het woord zet in alle andere gevallen. Dit is dus als het gaat om een woord dat eindigt op één klinker die niet lang wordt uitgesproken (zoals in L), op één klinker met een accent (zoals in M), op meerdere klinkers die als één klank worden uitgesproken (zoals in N, O en P) of op een medeklinker die niet wordt uitgesproken (zoals in Q).
     L) lente - lentes
     M) café - cafés
     N) vakantie - vakanties
     O) cadeau - cadeaus
     P) essay - essays
     Q) escargot - escargots

Trema's
Sommige woorden die eindigen op -ee hebben in het meervoud een uitgang die klinkt als -en. Omdat je echter niet zomaar drie e's achter elkaar kunt hebben staan, zetten we een trema op de laatste e. Dit wordt dan -ën.
     R) idee - ideeën
     S) ree - reeën
Er zijn ook woorden die eindigen op -ie en een uitgang krijgen die klinkt als -en. Als de klemtoon op die laatste lettergreep met -ie valt, zet je hier -ën achter.
     T) melodie - melodieën
     U) industrie - industrieën
Als de klemtoon níét op de lettergreep met -ie valt, zet je er alleen -n achter en komt er een trema op de e van -ie.
     V) bacterie - bacteriën
     W) porie - poriën

Latijnse woorden
Sommige woorden hebben erg ongewone meervoudsvormen omdat ze uit het Latijn komen. Meestal zijn de "vernederlandste" meervoudsvormen echter ook goed. Je mag dan zelf kiezen.
     X) forum - fora, forums
     Y) aquarium - aquaria, aquariums
     Z) jubileum - jubilea, jubileums
Let op! Zorg dat je de twee juiste meervoudsvormen van Latijnse woorden niet mengt. Je kunt het Latijnse meervoud gebruiken of het enkelvoud van het woord nemen en daar de Nederlandse regels op toepassen, maar je kunt niet de Nederlandse regels voor meervoud op het Latijnse meervoud toepassen. Bijvoorbeeld fora's is absoluut fout.

Bij twijfel
Als je toch twijfelt over hoe je het meervoud van een woord moet schrijven, is het handig om de juiste meervoudsvorm op te zoeken. Dit kan heel gemakkelijk in ieder Nederlands woordenboek. Er zijn ook websites die je kunnen helpen, zoals [url=meervoudvan.nl]meervoudvan.nl[/url] of sites die als online woordenboeken werken, zoals [url=woorden.org]woorden.org[/url] en [url=vandale.nl]vandale.nl[/url].
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:29 am

Spaties

Tussen woorden
Er moet altijd een spatie staan tussen twee woorden. Let er wel op dat samenstellingen van twee woorden die samen één woord vormen bijna altijd aan elkaar worden geschreven in het Nederlands, dus zonder een spatie ertussen.
     A) Ik ga deze zomervakantie naar Parijs.
     B) Hij schudde de hagelslagverpakking om te horen of er nog iets in zat.

Na leestekens
Na een punt, komma, uitroepteken, vraagteken, beletselteken (drie puntjes), dubbele punt en puntkomma moet een spatie staan.
     C) Ik ga weg. Ik kom niet meer terug.
     D) Ze kocht koekjes, tomaten, broodjes en een pot pindakaas.
     E) Hallo! Wat leuk je te ontmoeten.
     F) Hoe gaat het met je? Met mijn gaat het goed.
     G) Ik weet het niet... Misschien is dit geen goed plan.
     H) Er zijn drie primaire kleuren: rood, geel en blauw.
     I) Beginnen jullie maar alvast; door het drukke verkeer ben ik wat later.
Ook na een sluitend aanhalingsteken moet een spatie staan, maar er moet geen spatie na het openend aanhalingsteken. Let ook goed op dat je geen spatie tussen een punt, komma, uitroepteken of vraagteken waarmee een zin tussen aanhalingstekens wordt afgesloten en het sluitende aanhalingsteken zet.
     J) Ze zuchtte. "Ik hoop dat hij in orde is." Ze trommelde nerveus met haar vingers op het tafelblad.
Als je een stuk tekst tussen haakjes zet, geldt hetzelfde als bij de aanhalingstekens. Geen spaties tussen de haakjes en de eerste woorden die daartussen staan, maar wel buiten de haakjes.
     K) Ik draaide me om naar Peter (die al jaren mijn beste vriend is) en gaf hem een klap in zijn gezicht.
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:29 am

Samenstellingen (tussen-n)

Wat is een tussen-n?
Als je van twee woorden één nieuw woord maakt, noem je dit een samenstelling. Soms schrijf je deze met een tussen-n achter het eerste woord van de samenstelling en soms niet. Het is helaas vaak niet goed te horen in de uitspraak van samenstellingen of je wel of geen tussen-n moet schrijven, dus geven we hier een overzicht van de regels.
Je hebt ook samenstellingen met een tussen-s. Zie daarvoor het hoofdstuk over de tussen-s.

Basisregel
Je schrijft een samenstelling met een tussen-n als het eerste deel van de samenstelling een zelfstandig naamwoord is en alleen een meervoudsvorm heeft die eindigt op -n. Zelfstandig naamwoorden zijn woorden waar je de, het of een voor kunt zetten.
     A) erwtensoep
     B) paardenbloem
     C) spinnenweb
Je krijgt dus geen tussen-n als het eerste woord geen zelfstandig naamwoord is.
     D) hogeschool
     E) blindedarm
Je krijgt ook geen tussen-n als het eerste woord wel een zelfstandig naamwoord is, maar alleen een meervoud heeft dat eindigt op -s (zoals in F; asperges), een meervoud op -n én een meervoud op -s (zoals in G; gedachten en gedachtes) of helemaal geen meervoud heeft (zoals in H, want je hebt geen rijsten of rijsts).
     F) aspergesoep
     G) gedachtegang
     H) rijstepap

Uitzonderingen
Er zijn drie belangrijke uitzonderingen op de basisregel. In die gevallen krijgt een woord waarvan het lijkt alsof het een tussen-n zou moeten hebben, die toch niet.
De eerste uitzondering is bij samenstellingen waarbij het eerste woord verwijst naar een persoon of zaak waar maar één exemplaar van bestaat. Nederland kan maar één koningin hebben en er bestaat maar één zon.
     I) Koninginnedag
     J) zonneschijn
De tweede uitzondering is bij samenstellingen waarin het eerste woord een figuurlijke betekenis heeft en het tweede woord versterkt. Het geheel moet dan een bijvoeglijk naamwoord zijn.
     K) reuzeleuk
     L) stekeblind
De laatste uitzondering is bij samenstellingen waarin een van de twee delen niet meer herkenbaar is als het oorspronkelijke woord.
     M) klerelijer
     N) bolleboos
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:29 am

Samenstellingen (tussen-s)

Wat is een tussen-s?
Als je van twee woorden één nieuw woord maakt, noem je dit een samenstelling. Soms schrijf je deze met een tussen-s achter het eerste woord van de samenstelling.
Je hebt ook samenstellingen met een tussen-n. Zie daarvoor het hoofdstuk over de tussen-n.

Basisregel
Je schrijft een tussen-s als je die uitspreekt in de samenstelling.
     A) kwaliteitscontrole
     B) voorbehoedsmiddel
In het Nederlands zijn er behalve de uitspraak geen harde regels voor wanneer er een tussen-s nodig is en wanneer niet. Dit kan voor wat verwarring zorgen, maar het betekent dus eigenlijk dat je gewoon op je intuïtie af mag gaan. Omdat er zoveel verschillen zijn in of mensen wel of geen tussen-s schrijven bij bepaalde samenstellingen, zijn doorgaans beide vormen goed. Het is wel zo dat er in de praktijk bij sommige samenstellingen één vorm veel meer gebruikt wordt dan de ander. Het is bijvoorbeeld niet erg gewoon om de s in kwaliteitscontrole weg te laten.

Samenstelling waarbij het tweede woord met een sisklank begint
Als je een samenstelling wilt schrijven waarbij het tweede woord met een sisklank begint, kun je niet goed horen of je een tussen-s schrijft of niet. Een voorbeeld van zo'n samenstelling staat in C.
     C) stationschef
Om er toch achter te komen of je een tussen-s moet schrijven, kun je het tweede deel van de samenstelling vervangen door een woord dat niet met een sisklank begint. In het geval van C zou je dan bijvoorbeeld kunnen denken aan stationshal. Je hoort daar wel duidelijk de s, dus is het stationschef, mét s.
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:30 am

Verkleinwoorden

Basisregel
In het Nederlands kunnen we in principe van ieder zelfstandig naamwoord een verkleinwoord maken. We doen dit door -je, -tje, -etje, -pje of -kje achter een woord te plakken. Soms moet daarbij de laatste medeklinker van het woord verdubbeld worden of verandert bijvoorbeeld -ing in -inkje.
     A) eend - eendje
     B) bal - balletje
     C) wandeling - wandelingetje
     D) film - fimpje
     E) ketting - kettinkje
Bij de meeste woorden zul je dit automatisch goed doen, maar soms kan er verwarring ontstaan. Daarom behandelen we in dit hoofdstuk een paar uitzonderingen en regels die mensen vaak lastig vinden.

Woorden die eindigen op een enkele klinker
Als een woord eindigt op een enkele klinker en je het anders zou uitspreken als je er iets achter plakt, dan verdubbelt de klinker.
     F) opa - opaatje
     G) foto - fotootje
Het wordt dus niet opatje, want dat zou je uitspreken met een korte a in plaats van aa.

Afkortingen
Als je van een afkorting een verkleinwoord wilt maken, moet je een apostrof zetten tussen de afkorting en dat wat je erachter plakt. Dat geldt ook als je de afkorting als één woord uitspreekt, zoals in voorbeeld J.
     H) tv - tv'tje
     I) cd - cd'tje
     J) havo - havo'tje

Engelse woorden
Engelse leenwoorden krijgen een Nederlandse behandeling. Je plakt er dus gewoon het juiste stukje achter, zelfs al ziet dat er misschien een beetje vreemd uit.
     K) cake - cakeje
     L) website - websiteje

Woorden die eindigen op -y
Als een woord eindigt op een medeklinker en -y, dan schrijf je dit met een apostrof.
     M) baby - baby’tje
     N) lolly - lolly'tje
     O) pony - pony'tje
Dit is echter niet het geval als het woord eindigt op een klinker en dan -y. Je behandelt het in dat geval als ieder ander Nederlands woord en je schrijft het dus zonder apostrof.
     P) cowboy - cowboytje
     Q) display - displaytje
     R) essay - essaytje
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:30 am

Werkwoorden

De stam van het werkwoord
Als je een regelmatig werkwoord wilt vervoegen, moet je eerst de stam vinden. Daar zet je vervolgens de juiste uitgang achter. Om de stam te vinden, neem je het hele werkwoord en haal je daar -en af. De stam van fietsen is dus bijvoorbeeld fiets.
Bij werkwoorden waarbij je een dubbele medeklinker aan het einde van de stam overhoudt als je -en hebt weggehaald, moet je die medeklinker verenkelen. De stam van jokken is dus niet jokk, maar jok en de stam van rennen is niet renn, maar ren.

Tegenwoordige tijd
Werkwoorden in de tegenwoordige tijd vervoeg je op de volgende manier:
     ik = stam
     je/jij = stam+t
     hij/zij/het = stam+t
     wij = stam+en
     jullie = stam+en
     zij = stem+en
In het meervoud gebruik je in de tegenwoordige tijd dus eigenlijk het hele werkwoord.
Let op! Als je of jij áchter de persoonsvorm (het werkwoord dat je moet vervoegen) staat, schrijf je alleen de stam, zonder +t.
     A) Je vindt het toch maar stom.
     B) Vind je het stom?

Verleden tijd
Je hebt werkwoorden die in de verleden tijd sterk (regelmatig) zijn en je hebt werkwoorden die in de verleden tijd zwak (onregelmatig) zijn. Bij de sterke werkwoorden moet je gewoon schrijven wat je hoort.
     C) blazen - blies
     D) zingen - zong
Voor de zwakke werkwoorden hebben we regels. We schrijven deze met de uitgang -te(n) of -de(n). Hiertussen hoor je vaak geen duidelijk verschil. Daarom bestaat het ezelsbruggetje dat bekend staat als 't ex-kofschip of 't sexy fokschaap.
Als eerste moet je kijken wat de laatste letter van de stam van het werkwoord is. Als dit een medeklinker is die in een van de ezelsbruggetjes voorkomt, dan moet je in de verleden tijd -te(n) achter de stam van het werkwoord zetten. Dit is dus zo bij t, x, k, f, s, ch en p.
     E) fietsen - fiets - fietste
     F) dansen - dans - danste
Als de laatste letter van de stam níét hiertussen staat, dan vorm je de verleden tijd door -de(n) achter de stam te zetten.
     G) schrobben - schrob - schrobde
     H) verhuizen - verhuiz - verhuisde
Let op! Alleen de medeklinkers uit de ezelsbruggetjes tellen. De klinkers dus niet!

Voltooid deelwoord
Een voltooid deelwoord is de vorm van het werkwoord die je krijgt als je het in een zinnetje zoals ik heb ... of ik ben ... zet. Ook bij de spelling van het voltooid deelwoord moet je bij sterke werkwoorden schrijven wat je hoort.
     I) blazen - geblazen
     J) zingen - gezongen
Bij zwakke werkwoorden kun je weer van het ezelsbruggetje 't ex-kofschip of 't sexy fokschaap uitgaan om te bepalen of je het voltooid deelwoord met een -t of een -d schrijft, net als in de verleden tijd (zie het blok hiervoor voor meer uitleg).
     K) fietsen - gefietst
     L) schrobben - geschrobd

Engelse werkwoorden
Probeer Engelse werkwoorden altijd zoveel mogelijk te vervoegen volgens de regels die voor gewone Nederlandse werkwoorden worden gebruikt.
     M) faxen - faxte - gefaxt
     N) rugbyen - rugbyde - gerugbyd
Soms moet er bij Engelse werkwoorden een -e achter de stam blijven staan, omdat er anders verwarring ontstaat over de uitspraak.
     O) timen - timede - getimed
     P) racen - racete - geracet
In O zou je volgens de regels timde en getimd moeten schrijven, maar dat zou verkeerd worden uitgesproken. Je gaat echter ook bij dit soort werkwoorden nog steeds uit van de stam wanneer je de regels van 't ex-kofschip of 't sexy fokschaap toepast. Als je -en van racen haalt, houd je een letter over die wel in deze ezelsbruggetjes staat, dus schrijf je racete met -te en niet met -de.

Gebiedende wijs
De gebiedende wijs gebruiken we om iemand een opdracht te geven. Om de gebiedende wijs te maken, neem je de ik-vorm van het werkwoord.
     Q) Red het milieu!
     R) Houd de deur open.
     S) Word toch eens wakker.
Er zijn hier echter twee uitzonderingen op. Je schrijft in de gebiedende wijs namelijk wel een -t achter het werkwoord als het onderwerp u erbij staat (zoals in T) en in bepaalde vaste uitdrukkingen (zoals in U).
     T) Wordt u toch wakker.
     U) Komt dat zien!
Terug naar boven Go down
 
avatar

Payton Nyström
━ Béta-Reader ━


Posts : 97
IC : 7

“ Character „
Leeftijd: 23
Sex: Female
Family Tree: none
Profiel bekijken



BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling di okt 21, 2014 11:30 am

Men, zijn, haar

Basisregel
De woorden mijn, zijn en haar zijn bezittelijk voornaamwoorden. Je gebruikt ze om aan te geven dat iets van iemand is.
     A) Mijn boek ligt op tafel.
     B) Het is zijn hond, dus hij mag de drol opruimen.
     C) Weet jij waar haar broertje zich verstopt heeft?
Alle bezittelijk voornaamwoorden op een rijtje zijn mijn, je, jouw, uw, zijn, haar, ons, onze, jullie en hun.

Afkortingen
Soms worden mijn, zijn en haar niet volledig geschreven, maar worden ze afgekort. Veelgebruikte afkortingen zijn m'n, z'n, d'r, me en ze. Die eerste drie zijn in sommige gevallen goed, maar de laatste twee niet.
     D) Ik heb overal gezocht, maar ik kan m'n jas niet vinden.
     E) Zijn vriendin heeft z'n moeder nog nooit ontmoet.
     F) Het is d'r eigen keuze.
D en E zijn dus toegestaan, maar me jas of ze moeder mag niet! Houd er ook rekening mee dat zelfs de afkortingen die wel goed zijn, erg informeel klinken. Je kunt ze dus beter niet gebruiken in belangrijke teksten. Ook in verhalen valt het sterk aan te raden zoveel mogelijk gewoon mijn, zijn en haar te schrijven, behalve als je een goede reden hebt om informele taal te gebruiken. Dit kan bijvoorbeeld als een dronken personage iets zegt.
Terug naar boven Go down
 

BerichtOnderwerp: Re: Grammatica en spelling

Terug naar boven Go down
 
 

Grammatica en spelling

Vorige onderwerp Volgende onderwerp Terug naar boven 
Pagina 1 van 1

 Soortgelijke onderwerpen

-
» Grammatica en spelling

Permissies van dit forum:Je mag geen reacties plaatsen in dit subforum
KAECHAN :: {{❥ Government :: Bulletin Board :: I want to check my post-